Kerstmeditatie

 

Stil nu stil nu, maak nu geen gerucht

stil nu stil nu, ‘t ruist al door de lucht

‘t wonder komt heel zachtjes aan

‘t kerstkind wil naar binnen gaan..

Dit was een van de liedjes die we vroeger zongen bij de piano in de tijd voor kerst. Ik hield van dit liedje. Het bevatte voor mijn gevoel het geheim van het kerstfeest. Natuurlijk waren kerstballen en lichtjes mooi, het kerstspel op school of in de kerk, waar je altijd een kerstkoek kreeg en een navelsinaasappel, maar het echte feest ging toch om de geboorte van Christus en wat dat met je deed. Stil worden hoorde daarbij. Niet speciaal iets doen en de tijd zijn gang laten gaan, een verhaal voorlezen, kijken naar de kerstboom en  de tijd nemen om de betekenis van het kerstfeest tot je door te laten dringen. Ondertussen leven we in een onrustige wereld, vergeven van de ballen en slingers en wat niet al. Ze moeten ook allemaal opgehangen worden, waar we heel wat tijd aan besteden, net als aan het juiste eten, kerstfeesten en kerstmarkten. De reclames kleurden direct na sinterklaas rood en gaven ons instructies wat we allemaal moesten kopen en hoe we het gezellig kunnen maken. In al het gekrakeel is het goed om ook de rust te vinden. Om even het gedoe los te laten en stil te staan bij het wonder van kerst. Er zijn er ook genoeg mensen die tegen de kerstdagen opzien, omdat ze die alleen gaan doorbrengen en ze eigenlijk teveel rust hebben. Voor hen zou wat aanloop weer goed zijn. Of we het nu te druk of te rustig hebben, op sjouw aan het werk of aan huis gebonden, neem in deze dagen even de tijd om stil te staan bij het wonder van de geboorte van Christus: een nieuw begin voor alle mensen die het willen geloven. Want:

Er zijn slechts twee manieren om je leven te leven:
doen alsof niets een wonder is
en doen alsof alles een wonder is.
Ik geloof in de laatste manier.
Albert Einstein

Ik wens u goede kerstdagen toe met een goede balans tussen stilte en gerucht.

Ada Endeveld

Meditatie “Wonderen”

Meditatie

Wat is er toch met wonderen, we verlangen naar en vinden het ook weer kinderachtig om er in te geloven. In deze moderne tijd is het erg in de mode om te zeggen dat je wonderen, zoals die van de wonderbaarlijke spijziging gewoon symbolisch moet uitleggen. Het is niet echt gebeurd, zegt men dan, want dat kan niet volgende de wetten van de wetenschap. Dus de symbolische betekenis is waar het om gaat. Nu hebben wonderen in de Bijbel zeker een symbolische betekenis. In de column in ditzelfde kerkblad wordt daar ook op ingegaan. Ondertussen wijzen we af dat een wonder echt gebeurt zou kunnen zijn. Is de klassieke natuurkunde de baas van ons  denken? Kennelijk. Wie weet leefde Jezus zo van de verwondering dat de wonderen om de hoek lagen. Ik zelf zou de mogelijkheid open willen laten. Omdat als je de wetenschap altijd gelijk geeft, je de verwondering en het mysterie doodt. Wie weet wat God kan?

In de brainstormgroep van “zin in het gezin” spraken we van de week ook over wonderen. Het viel ons op dat ook degene die de mogelijkheden van een wonder open houden, het lastig vinden om het zo te benoemen als het heel dicht bij gebeurt. Je merkt dat een mens in zijn manier echt veranderd is ten goede. Dan zeg je niet direct: “wat een wonder”, maar eerder “eerst maar even afwachten of dit zo blijft”. Er waren verschillende dingen die we konden benoemen als wonderen. Dat waren soms hele kleine dingen: de rust waarmee iemand gestorven was, of de pijn die een periode weg bleef nadat iemand daarvoor gebeden had. Het bleek dat de omgeving vaak de mooie ervaring van een klein wonder probeerde weg te redeneren door bijvoorbeeld te zeggen: “rust bij het sterven komt door de morfine”. Kennelijk heeft men er moeite mee als men een gebeurtenis, hoe klein ook, zo noemt. Ook onze eigen houding van “eerst maar eens kijken of het zo blijft” doet wonderen te kort. Wij vinden klaarblijkelijk iets pas een wonder als het eeuwig is.

Wellicht moeten we iets guller zijn naar onszelf en de wereld toe, als we spreken over wonderen. We bidden in het geheim dat onze zoon of dochter veilig teugkomt van vakantie. Het gebeurt en we vergeten dat we ervoor gebeden hebben en ook om er dankbaar voor te zijn. We bidden dat pijn mag verdwijnen en het gaat even weg. Dat mogen we een klein wonder noemen en er dankbaar voor zijn. Of voor die ene nacht tussen de velen dat we goed sliepen, of voor die buren die altijd voor ons klaarstaan. Wonderen kunnen grote gebeurtenissen zijn, daar blijft ik voor open staan, maar wij zijn vaak aan de kleine wonderen niet toe. Ze hebben meestal niets met de wetenschap te maken. Het zijn de dingen, soms klein, soms groot, die we ervaren als een wonder, die een wonder zijn. We hoeven dat voor niemand te bewijzen en mogen er dankbaar voor zijn.

Ada Endeveld

Meditatie: geloofsgesprek

Er is in de laatste eeuw veel veranderd, ook op de manier waarop mensen geloven. Van oudsher werd in de protestantse kerk gelooft dat als je een aantal geloofswaarheden voor vast aannam en daar aan vast hield, dat je dan wat geloven betreft klaar was voor de rest van je leven. Je hoefde er alleen nog naar te leven en dat was al lastig genoeg.  Als je maar genoeg catechisatie kreeg, van een goede dominee, dan kwam alles wel voor elkaar met het geloof. Het was meer een kwestie van hersens dan van hart. Dus nog wel verwachten mensen binnen en buiten de kerk dat het zo werkt. Er is ondertussen heel veel verandert. Buiten de kerk is het leren wat anders geworden dan zeventig jaar geleden. Er wordt ondertussen verwacht van kinderen dat ze goed leerden, als ze dat konden en dat ze creatief werden, zelf dingen bedachten. Dus we moeten eigenlijk niet verbaast zijn als we merken dat velen gingen nadenken over het geloof en er zelf dingen over bedachten. Of ze merkten in hun leven dat die vaste waarheden hen niets meer zeiden als ze het echt moeilijk hadden. Dus leven we nu in een tijd waar geloven iets heel anders betekent dan vroeger. Het is  meer een kwestie van beleven dan van een waarheid aannemen. Ook in orthodoxe protestantse kerken zie je dat jeugd liever naar evangelische kerken gaat, omdat het gevoel meer een plek heeft in die denominaties. Natuurlijk zijn er ook mensen bij wie het geloof vervaagt of ingrijpend verandert. Maar kerklid of niet, men geeft een eigen antwoord op die vragen als “Wat geeft het leven zin” of “Is er leven na de dood.”, misschien wel antwoorden waar hun ouder of grootouder van achterover valt. Wat me het meest hierin raakt, is dat het gesprek daarover nauwelijks op gang komt. Kinderen zwijgen tegenover hun ouders over zulke dingen, omdat ze bang zijn veroordeeld te worden voor wat ze te zeggen hebben. Ouders durven niet meer te praten over wat hen ten diepste beweegt, omdat hun kinderen het gezeur vinden(wat ook een oordeel is). De laatste kerkverandering wil het geloofsgesprek weer op gang brengen tussen de leden. Ik vind het een goed streven. Ik hoop van harte dat het gaat lukken die gesprekken te voeren zonder elkaar te veroordelen, omdat ze dan gegarandeerd mislukken. De toekomst van de kerk kan van dat succes afhangen.

Ada Endeveld