Meditatie

De aanslag in Utrecht kwam hard aan vorige week. Dat je in ons land zo maar kan sterven in een gewone tram. Omdat het zo alledaags is, hoor je direct dat de één een zoon heeft die er vlakbij werkt en de ander woonde er jaren in de buurt ;een volgende meldt dat de vriendin van een dochter net een uur eerder in de tram zat. De gedachte bekruipt ons allemaal: “Ik had het ook kunnen zijn” Je wordt er bang van. Wat ook angstig maakt is de onzekerheid. Als je niet weet waarom het gebeurt, kun je je geen inschatting maken van wanneer het weer gaat gebeuren.

Sommigen willen graag weten: “wat zit er nu achter zit bij de daders.” Ze hopen door te dringen in hun verwarde geesten en zo een schuldige aan te wijzen. Maar als een mens echt goed in de war is, dan valt er ook op zijn gedrag geen peil te trekken. Dat is een gevaarlijke combinatie met wapens en ideeën dat je alles mag doen om je ideaal te bereiken. De conclusie die ik trek is: dit soort geweld is nauwelijks te voorspellen. Het is ook onzin om te beweren dat je het zou kunnen bestrijden en dat je dat als overheid altijd zou kunnen voorkomen.

Het enige wat ons kan redden is kalmte en ons niet laten beheersen door angst. Jezus laat ons zien hoe dat moet. Hij beantwoordt geweld niet met geweld, maar draagt zijn angst in Getsemane op aan God. Hij is niet kalm op dat moment, want hij weet dat de krachten waar hij mee te maken heeft machtig en gewelddadig zijn. Toch komt hij tijdens het bidden over zijn angst heen en kan hij ook de eenzaamheid aan.

Niet alleen Jezus Christus ging die weg, maar vele christenen na hem, zoals Martin Luther King en Bonhoeffer, die gevangengezet was door de nazi’s en uiteindelijk stierf in de gevangenis. Hij schrijft daar in zijn dagboek: “Als Christus aan boord is, is de angst overwonnen. De mens hoeft geen angst te hebben.” (11, 12,13 januari, Brevier, Bonhoeffer) Vechten tegen de angst is niet terugvechten, maar de kalmte bewaren.

Meditatie “Wonderen”

Meditatie

Wat is er toch met wonderen, we verlangen naar en vinden het ook weer kinderachtig om er in te geloven. In deze moderne tijd is het erg in de mode om te zeggen dat je wonderen, zoals die van de wonderbaarlijke spijziging gewoon symbolisch moet uitleggen. Het is niet echt gebeurd, zegt men dan, want dat kan niet volgende de wetten van de wetenschap. Dus de symbolische betekenis is waar het om gaat. Nu hebben wonderen in de Bijbel zeker een symbolische betekenis. In de column in ditzelfde kerkblad wordt daar ook op ingegaan. Ondertussen wijzen we af dat een wonder echt gebeurt zou kunnen zijn. Is de klassieke natuurkunde de baas van ons  denken? Kennelijk. Wie weet leefde Jezus zo van de verwondering dat de wonderen om de hoek lagen. Ik zelf zou de mogelijkheid open willen laten. Omdat als je de wetenschap altijd gelijk geeft, je de verwondering en het mysterie doodt. Wie weet wat God kan?

In de brainstormgroep van “zin in het gezin” spraken we van de week ook over wonderen. Het viel ons op dat ook degene die de mogelijkheden van een wonder open houden, het lastig vinden om het zo te benoemen als het heel dicht bij gebeurt. Je merkt dat een mens in zijn manier echt veranderd is ten goede. Dan zeg je niet direct: “wat een wonder”, maar eerder “eerst maar even afwachten of dit zo blijft”. Er waren verschillende dingen die we konden benoemen als wonderen. Dat waren soms hele kleine dingen: de rust waarmee iemand gestorven was, of de pijn die een periode weg bleef nadat iemand daarvoor gebeden had. Het bleek dat de omgeving vaak de mooie ervaring van een klein wonder probeerde weg te redeneren door bijvoorbeeld te zeggen: “rust bij het sterven komt door de morfine”. Kennelijk heeft men er moeite mee als men een gebeurtenis, hoe klein ook, zo noemt. Ook onze eigen houding van “eerst maar eens kijken of het zo blijft” doet wonderen te kort. Wij vinden klaarblijkelijk iets pas een wonder als het eeuwig is.

Wellicht moeten we iets guller zijn naar onszelf en de wereld toe, als we spreken over wonderen. We bidden in het geheim dat onze zoon of dochter veilig teugkomt van vakantie. Het gebeurt en we vergeten dat we ervoor gebeden hebben en ook om er dankbaar voor te zijn. We bidden dat pijn mag verdwijnen en het gaat even weg. Dat mogen we een klein wonder noemen en er dankbaar voor zijn. Of voor die ene nacht tussen de velen dat we goed sliepen, of voor die buren die altijd voor ons klaarstaan. Wonderen kunnen grote gebeurtenissen zijn, daar blijft ik voor open staan, maar wij zijn vaak aan de kleine wonderen niet toe. Ze hebben meestal niets met de wetenschap te maken. Het zijn de dingen, soms klein, soms groot, die we ervaren als een wonder, die een wonder zijn. We hoeven dat voor niemand te bewijzen en mogen er dankbaar voor zijn.

Ada Endeveld

Meditatie: geloofsgesprek

Er is in de laatste eeuw veel veranderd, ook op de manier waarop mensen geloven. Van oudsher werd in de protestantse kerk gelooft dat als je een aantal geloofswaarheden voor vast aannam en daar aan vast hield, dat je dan wat geloven betreft klaar was voor de rest van je leven. Je hoefde er alleen nog naar te leven en dat was al lastig genoeg.  Als je maar genoeg catechisatie kreeg, van een goede dominee, dan kwam alles wel voor elkaar met het geloof. Het was meer een kwestie van hersens dan van hart. Dus nog wel verwachten mensen binnen en buiten de kerk dat het zo werkt. Er is ondertussen heel veel verandert. Buiten de kerk is het leren wat anders geworden dan zeventig jaar geleden. Er wordt ondertussen verwacht van kinderen dat ze goed leerden, als ze dat konden en dat ze creatief werden, zelf dingen bedachten. Dus we moeten eigenlijk niet verbaast zijn als we merken dat velen gingen nadenken over het geloof en er zelf dingen over bedachten. Of ze merkten in hun leven dat die vaste waarheden hen niets meer zeiden als ze het echt moeilijk hadden. Dus leven we nu in een tijd waar geloven iets heel anders betekent dan vroeger. Het is  meer een kwestie van beleven dan van een waarheid aannemen. Ook in orthodoxe protestantse kerken zie je dat jeugd liever naar evangelische kerken gaat, omdat het gevoel meer een plek heeft in die denominaties. Natuurlijk zijn er ook mensen bij wie het geloof vervaagt of ingrijpend verandert. Maar kerklid of niet, men geeft een eigen antwoord op die vragen als “Wat geeft het leven zin” of “Is er leven na de dood.”, misschien wel antwoorden waar hun ouder of grootouder van achterover valt. Wat me het meest hierin raakt, is dat het gesprek daarover nauwelijks op gang komt. Kinderen zwijgen tegenover hun ouders over zulke dingen, omdat ze bang zijn veroordeeld te worden voor wat ze te zeggen hebben. Ouders durven niet meer te praten over wat hen ten diepste beweegt, omdat hun kinderen het gezeur vinden(wat ook een oordeel is). De laatste kerkverandering wil het geloofsgesprek weer op gang brengen tussen de leden. Ik vind het een goed streven. Ik hoop van harte dat het gaat lukken die gesprekken te voeren zonder elkaar te veroordelen, omdat ze dan gegarandeerd mislukken. De toekomst van de kerk kan van dat succes afhangen.

Ada Endeveld